REFURBISH
1/ TOP (Textiel Omschakelings Proces) -atelier
TOP-atelier is een collectief onderzoeksproject (2019 – 2021) met de steun van Vlaanderen Circulair. Het wil aantonen dat het wél rendabel, opschaalbaar en markt vriendelijk kan zijn om in België hoogwaardige producten te maken van minderwaardige textielreststromen.
De oplossingen die TOP-atelier biedt, ondersteunen de (duurzame) mode-industrie in Vlaanderen en zijn een eerste stap in het opzetten van duurzame relaties binnen de industrie, specifiek voor upcycling. Het levert een bijdrage aan de beleidsdoelstellingen rond de transitie naar een circulaire economie.
TOP-atelier wil de opgedane kennis verder verdiepen, maar biedt nu al oplossingen: innovatieve sorteersystemen die een continue instroom van bronmateriaal kunnen garanderen, de voorbereiding op en het versnijden van bestaande kledingstukken, industrieel wassen, …
Deze tool biedt tips aan designers die willen werken aan het upcyclen van textielreststromen. Voor elke stap in de productieketen vind je de uitdagingen die TOP-atelier aanging, de belangrijkste leerlessen en enkele tips & tricks, zoals contacten in de Belgische confectie-industrie.
TOP-atelier is een initiatief van IVOC, Creamoda, Doek vzw, Ecoso en Prospex Institute, met de steun van Vlaanderen Circulair.
ONDERZOEKSVRAGEN
De vooropgestelde doelen van het project waren:
- Productreeksen maken van verschillende designers
- Het uitwerken van een nieuw businessmodel
Socio-institutionele verandering bij alle betrokkenen: de designers, ateliers en producenten
- Een nieuw systeem van (her)denken i.p.v. het klassieke lineaire systeem
- Aanbevelingen schrijven met betrekking tot het sorteren, verwerken en vermarkten van post-consument textiel
- Aanbevelingen schrijven met betrekking tot het beleidsniveau en samenwerkingen met andere sectoren.
Uit die doelen kwamen er heel wat verschillende vragen naar boven. We hadden o.a. volgende onderzoeksvragen:
- Wordt hergebruik (economisch) interessanter indien we een gedeelde infrastructuur opzetten?
- Hoe kunnen we vraag en aanbod op de arbeidsmarkt (technische vaardigheden zoals stikken, patroontekenen, …) beter op elkaar afstemmen, en werkkrachten met confectie-achtergrond (o.m. pas afgestudeerden maar ook nieuwkomers) een meer structurele tewerkstelling bieden in een circulaire economie?
- Kunnen we de instroom vraaggericht en volgens specifieke criteria uitsorteren? Wat zijn de mogelijke technische aanpassingen om makkelijker en beter te gaan sorteren?
- Kan een dergelijk samenwerkingsverband blijvend bestaan, ook na het aflopen van de subsidie?
- Wat is een duurzaam circulair businessmodel?
- Welke extra ondersteuning en/of opleiding is er nodig om een geslaagde en structurele tewerkstelling te garanderen?
- Welke nieuwe technologieën zijn mogelijk en nodig om hergebruik efficiënter te doen verlopen?
- Kunnen we afgewerkte kleding digitaal snijden tot patroondelen voor nieuwe artikelen?
- Welke organisaties kunnen we toepassen om dit systeem rendabel te maken?
Hoe kunnen we organisaties en werkmethodes aanpassen om dit systeem rendabel te maken ? - Welke criteria zijn nodig om een kwaliteitsproduct te garanderen?
- Hoe wordt de consument betrokken in dit verhaal?
INFO OVER HET PROJECT - MISSIE & VISIE
Transitie naar een circulaire economie
In 2050 is Vlaanderen circulair, zo luidt de visie van de Vlaamse regering in haar transversale beleidsnota. Circulariteit betekent dat materialen zo lang mogelijk in de kringloop worden gehouden, waarbij rekening wordt gehouden met hun volledige levenscyclus. In een circulaire economie worden onze materialen “trapsgewijs” (“cascading”) gebruikt en hergebruikt, met een maximaal behoud van hun waarde en inzetbaarheid. Vanuit die logica is het essentieel om eerst de opties rond hergebruik te bekijken, met hun laag energiegebruik en bijgevolg beperkte emissies, vooraleer over te gaan op (mechanische en/of chemische) recyclage.
Het onderzoek van TOP-atelier wou dan ook meer en betere kansen op hergebruik creëren, en dit voor textielreststromen in Vlaanderen. Hergebruik van kledij, textielgrondstoffen en andere textielproducten door middel van herstelling en/of upcycling, wordt echter vaak als een niche-activiteit beschouwd, met beperkt potentieel voor opschaling. De ontwerper/productontwikkelaar is namelijk aangewezen op maatwerk, en hij/zij blijft sterk afhankelijk van de beschikbare materialen (vezels, weefselstructuren, patronen, motief, kleuren), met beperkte garanties op vlak van kwaliteit, volume en regelmatigheid van de instroom.
Toch blijkt upcycling aan te slaan, met een omslag van “niche” naar “luxe”. Ook gevestigde kledingmerken gaan upcycling steeds vaker inzetten in hun collectie (bijvoorbeeld Filippa K, ASOS Reclaimed Vintage of Reformed). In Vlaanderen en België gaan heel wat ontwerpers aan de slag met reststromen (Joseffa, Flag-bag, Adadore), soms uit het tweedehands circuit, maar ook met retours, stalen en resterende stock van textielproducenten, die doorgaans in de vuilnisbak belanden wanneer het seizoen van productie in kwestie op zijn einde loopt of de verkoopperiode en de beurzen voorbij zijn.
Vlaanderen beschikt echter niet of amper over de nodige infrastructuur om de inspanningen van deze ontwerpers te ondersteunen, en hun collecties rendabel, opschaalbaar en markt vriendelijk te maken. Loonkost vormt hierbij een grote handicap – het blijkt te duur om een extra medewerker aan te werven die kan helpen met de realisatie van de creaties (wassen, strijken, versnijden, stikken). De ontwerpers blijven er dan ook noodgedwongen alleen voor staan, en blijven beperkt in de hoeveelheden die zij kunnen verwerken en aanleveren. Ook de reguliere confectieateliers hanteren prijzen die voor ontwerpers in een upcycling-aanpak niet haalbaar blijken. Daarnaast is er ook een betere afstemming nodig bij het sorteren van de textielinstroom, met oog voor de juiste kwaliteitscriteria van het bronmateriaal.
Ons project wou onderzoek doen en eventuele oplossingen bieden via nieuwe partnerschappen, tussen de sociale economie (Kringwinkels, die de instroom sorteren), de ontwerpers en de klassieke confectie cyclus. De Vlaamse confectie-infrastructuur wordt namelijk onderbenut. Heel wat confectieateliers en hun machineparken worden vooral ingezet tijdens periodes van prototyping bij het stikken van modellen en kleine series, maar blijven regelmatig leeg staan. Er is dan ook heel wat ruimte en infrastructuur beschikbaar waar ontwerpers samen met de medewerkers van het atelier in kwestie aan de slag zouden kunnen met reststromen van textiel en aan re-manufacturing kunnen doen. Zo bliezen we onze maakindustrie nieuw leven in en brachten we de productiestroom weer op gang – ook dát is circulaire economie.
Kortom, TOP-atelier werd een gedeelde onderneming, een collectief onderzoek, tussen de ophalers en sorteerders uit de sociale economie, creatieve ontwerpers en productontwikkelaars, en de reguliere confectiesector.
Experiment als focus
De focus in dit onderzoek lag op experimenteren): waaronder het integreren van nieuwe criteria voor het sorteren van de Kringwinkels, het uitproberen van nieuwe samenwerkingsverbanden met confectieateliers, de VDAB, toeleveranciers voor textiel & confectie en het zoeken naar nieuwe technieken en/of bijbehorende technologieën om dit alles te stroomlijnen, en natuurlijk ook het uitproberen van hergebruik, met aantrekkelijke, bruikbare en opschaalbare ontwerpen.
Ook de instroom moest beter aansluiten op hun noden: een innovatiever sorteersysteem waarbij specifieke criteria werden gehanteerd. Bij het sorteren van herenhemden bijvoorbeeld, blijken de versleten kragen en polsboorden geen probleem voor het herbestemmen, maar de sterkte van de rug- en voorpand zijn echter wel essentieel. Zijn deze vergeeld of te zwak, dan komt het hemd niet meer in aanrekening voor het hergebruik-circuit. Toch wordt conventioneel, net naar deze elementen gekeken bij het beoordelen van het stuk.
Om dit alles waar te maken, sloten enkele ontwerpers zich aan bij dit onderzoek, waar ze kunnen rekenen op de vakkennis en de knowhow van de medewerkers en de goede infrastructuur uit de industrie. Na een open call die we lanceerde begin 2019, sloten de designer(duo)s La Gadoue, Paule Josephe, Studio AMA, Tropas en Triptiek zich aan om twee jaar lang mee te experimenteren met TOP-atelier. Samen met hen kwamen we tot de lessons learned die we graag delen met jullie.
Missie
TOP (Textiel Omschakelings Proces) -atelier wil het proces van textielupcycling – van minderwaardige reststromen tot hoogwaardig product – als opportuniteit aanbieden aan de Belgische confectie-industrie.
Dit doet ze door volgende acties:
- aantonen dat upcycling in België rendabel kan zijn;
- aantonen dat we vanuit textielreststromen een kwalitatief hoogstaand Belgisch product kunnen maken;
- het ontwikkelen van een professioneel upcycling Businessmodel voor de Belgische confectiebedrijven.
Het ontstaan van TOP-atelier
Tijdens het project TexUp (link naar https://www.doek-vzw.com/tex-up) enkele jaren geleden onderzochten we de verschillende circulaire ontwerp- en fabricageprocessen met lokale textielreststromen. Een groep ontwerpers werd toen uitgedaagd om producten te ontwerpen met afgedankt textiel van een Antwerps hotel.
Daaruit leerden we dat er meer onderzoek en experiment nodig is voor het opschalen en vermarkten van upcycling producten. Het werd duidelijk dat lokale productie een must is, maar dat er op dit moment niet genoeg aanbod is. Bij het vermarkten van upcycling producten moeten ook de kwaliteitsnormen verder onder de loep genomen worden. En ook het duurzaam ophalen, verzamelen en sorteren van specifieke textielreststromen blijven een uitdaging.
Het denkwerk tijdens TexUp én het ontstaan van een enthousiaste beweging rond de herbestemming van lokale textielreststromen resulteerden in een nieuwe project, nl.
“TOP (Textiel Omschakelings Proces) -atelier”
TOP-atelier brengt niet alleen ontwerpers, maar ook Vlaamse confectiebedrijven en kleding-sorteerders samen. Op deze manier kunnen we optimaal werken aan de complexiteit van de duurzame en circulaire herbestemming van lokale textielreststromen.
TOP-atelier bouwt aan een professionele en vlotte productieketen voor de realisatie van nieuwe textielproducten.
We werken met een businessmodel, analyseren en testen nieuwe mogelijkheden uit in praktijk. Hiervoor gaan we in zee met verschillende Vlaamse confectieateliers die hun specifieke knowhow en machinepark ter beschikking stellen.
We delen onze ‘lessons learned’, met het oog op innovatie van circulaire productieprocessen.
We blazen onze maakindustrie nieuw leven in en brengen een nieuwe productiestroom op gang. Tegelijk werken we aan de bewustmaking van waste management bij consumenten en bedrijven. We wijzen hen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en reiken hen hulpmiddelen aan om tot een echte gedragsverandering te komen.
Op naar een mooiere en circulaire toekomst voor ons textiel.
CIRCULAIRE BUSINESS MODEL INNOVATIE
CIRCULAIRE BUSINESS MODEL INNOVATIE
Het doel van de Circulaire Business Model innovatie module was de ontwerpers te ondersteunen in het uitwerken van een valabel businessmodel, zodat initiële circulaire productideeën van de geselecteerde designers simultaan omgezet konden worden in zakelijk succes. Designers laten kunnen doorgroeien tot succesvolle circulaire ondernemers, is het ultieme doel.
Als ondersteuningsmethode werd hiervoor de Lean Startup methode gehanteerd. Aangezien deze methode niet alleen theoretische innovatieprincipes bevat, maar ook pragmatische kennis, die grotendeels voortkomt uit de vele ‘lessons learned’ van allerhande falende commerciële startups en productinnovaties, werd deze ondersteuningsmethode als best passend gezien bij het TOP-atelier project.
Volgende fases werden tijdens het project doorlopen:
1. Introductiefase:
Kennismaking met Circulaire Business Model innovatie en opstelling van een eerste lean canvas om de circulaire concepten van de designers om te laten zetten in business model ideeën.
- Problem-Solution fit fase:
Begeleiding van de designers bij de opzet van exploratief marktonderzoek om meer vat te krijgen op hun specifieke doelgroep en de problemen waarvoor de circulaire concepten voor elke doelgroep een oplossing bieden (problem – solution fit). De unieke meerwaarde (unique value proposition) en doelgroep wordt op die manier voor elke designer helder.
- Product-Market fit fase:
Begeleiding bij het uitdiepen van het marktonderzoek door de designers i.f.v.:
- verdere afbakening van doelgroepgrootte/diversiteit
- bereidheid tot aankoop van de circulaire producten of services bij deze doelgroep(en). (Product – Market fit). (zinsconstructie?)
- Pricing & scaling fase:
Begeleiding bij verfijnen van de prijszetting om de circulaire concepten richting markt te brengen i.f.v. het verwezenlijken van een succesvolle commerciële opschaling van de circulaire producten of services.
DE DESIGNERS
Triptiek
- Ontwerpinspiratie: Triptiek vertrok vanuit het design van end-of-life-producten, de methodiek werd aangepast aan het te verkrijgen restmateriaal. Slijtages aan bijvoorbeeld stoelen werden vervangen door middel van traditionele weeftechnieken. Voor het weven werden achterkanten en zijkanten van afgedankte lederen sofa’s.
- Materiaalkeuze: Triptiek (onbetaalbaar vzw) werkte met restleder van sofa’s.
- Invloed materiaaltechnische criteria op ontwerp: Voor de ontwerpen van Triptiek kozen de ontwerpers voor lappen leer. Die konden best 80 cm zijn en niet vervormd.
- Invloed van methodiek ‘circulair ontwerpen’: Triptiek kijkt naar -end-of-life van hun eigen design en kiezen voor materialen die makkelijk van elkaar te scheiden zijn op het einde van de levensfase. Ook kijken ze naar andere economische modellen voor hun producten: leasing, verhuur,… .
La Gadoue
- Ontwerpinspiratie: De inspiratie kwam van de gekozen hemden, het end-of life-materiaal: de verschillende kleuren, mate van transparantie, vormen gaven hun ideeën. La Gadoue probeerde zo creatief mogelijk om te springen met het beschikbare textiel.
- Materiaalkeuze: La Gadoue verzamelde mannenhemden in effen kleuren (alle kleuren) en in goede staat om ze te kunnen assembleren.
- Invloed materiaaltechnische criteria op ontwerp: De gemiddelde grootte van de hemden bepaalt de grootte van de rechthoeken in de ontwerpen die de basis van de samenstelling van een gordijn vormen.
- Invloed van methodiek ‘circulair ontwerpen’: La Gadoue werkt via TOP-atelier met end-of-life-materiaal en kijkt voor het ontwerp zowel naar het materiaal zelf als de noden van de klant.
Tropas
- Ontwerpinspiratie: Het ontwerp bestond uit de circulaire gedachte: elke schoen moet demonteerbaar zijn. De inspiratie hiervoor kwam van het end- of- life- materiaal: Tropas koos voor jeans, een materiaal dat overvloedig aanwezig is.
- Materiaalkeuze: Tropas koos voor jeans omdat het flexibel, tijdloos en makkelijk te combineren is.
- Invloed materiaaltechnische criteria op ontwerp: De grondstof moet stevig en flexibel zijn om te kunnen in de vorm van een schoen te kunnen brengen.
- Invloed van methodiek ‘circulair ontwerpen’: Tropas ontwerpt vanuit afval (end-of-life-materiaal) en maakt tijdloze designs.
Paule Josephe
- Ontwerpinspiratie: Na een onderzoek van de beschikbare end-of-life kleding koos Paul Josephe voor mannenhemden. Dit is een tijdloos design, belangrijk voor circulair ontwerpen, waarop ze met borduurtechnieken vlekken of gaten kunnen wegwerken.
- Materiaalkeuze: Paule Josephe wilde in de eerste plaats met natuurlijke materiaal werken. Door het tekort aan kwalitatieve hemden hierin, gebruiken ze nu ook synthetische stoffen.
- Invloed materiaaltechnische criteria op ontwerp: De hemden moeten groot genoeg zijn om smocktechnieken, die het hemd verkleinen, te kunnen toepassen. Ook de onderkant moet lang genoeg zijn om er linten van te maken.
- Invloed van methodiek ‘circulair ontwerpen’: De ontwerpers van Paule Josephe ontwerpen vanuit afval voor een lange levensduur: tijdloos, niet gender bepaald. De ontwerpers willen door gedetailleerd borduurwerk een ‘band’ opbouwen met de consument, zodat die het langer koestert.
Studio AMA
- Ontwerpinspiratie: Het end-of-life-materiaal is steeds de inspiratiebron. Van hieruit ontwikkelden ze een schakelsysteem door verschillende mannenhemden te positioneren op andere delen van het lichaam. Zo werden de kragen bijvoorbeeld een tailleband voor een rok.
- Materiaalkeuze: Studio AMA koos voor mannenhemden met een specifiek kleurenpalet.
- Invloed materiaaltechnische criteria op ontwerp: Studio AMA startte niet met patroondelen, maar vanuit reconstructie. De kragen, polsboorden, … bepaalden de maat van het uiteindelijke stuk.
- Invloed van methodiek ‘circulair ontwerpen’: Vanuit TOP-atelier werkt Studio AMA met end-of-life-materiaal. Voor hun ontwerp keken ze naar het materiaal, de vormen, de naden, … .

AANBEVELINGEN OP BELEIDSNIVEAU
Een van de extra doelstellingen van TOP-atelier is het formuleren van aanbevelingen met betrekking tot het beleidsniveau op federaal en Europees vlak en samenwerkingen met andere sectoren.
De eerste aanzet hiervan was de backcasting workshop die onze partner Prospex Institute aan het begin van het project organiseerde met talrijke partners uit de textielsector. Gaandeweg kregen we ook steeds meer input van de designers en partners van TOP-atelier en haalden we inspiratie uit het traject an sich en de problemen waar TOP-atelier op stootte.
Onze voornaamste aanbevelingen zijn:
- Een label voor geupcyclede producten:
Vaak zijn labels van end-of-life textielproducten onleesbaar geworden of zelfs verdwenen. We weten dus ook vaak niet uit welk materiaal het item precies bestaat. Bovendien kan de vezelsamenstelling door het gebruik/slijtage van een textielproduct wijzigen. Het verplichte etiket met de vezelsamenstelling wordt hierdoor vaak een onmogelijke opdracht. Daarom ijveren wij voor een aparte labeling van geupcyclede producten.
- Meer investeringen in de sorteercentra:
TOP-atelier streeft naar structurele en innovatieve oplossingen voor de inzameling en sortering van het bronmateriaal. Er is niet alleen opleiding en extra begeleiding nodig voor het personeel dat moet sorteren, maar ook technologische innovaties (zoals b.v. Fibersort®) kunnen het sorteren naar een hoger niveau brengen. Dit vraagt om extra investeringen.
- Belastingvoordelen:
Om designers de kans te geven hun producten op te schalen en een rendabel businessmodel uit te werken, verdienen ze de steun van enkele belastingvoordelen zoals een lagere BTW (van 21% naar 6%) op arbeid voor ge-upcyclede producten (in maatwerkbedrijven) en de producten zelf.
Andere aanbevelingen die gedragen worden door de bredere circulaire textielsector zijn:
- Het uitwerken van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor textiel, zodat producenten en bedrijven aangespoord worden om circulair te denken en te werken
- Het integreren van circulair design als standaard lespakket in design- en kunstscholen
- de uitbreiding van het gebruik van ecocheques voor duurzaam textiel en ge-upcyclede items
- Een groen aankoopbeleid – dit verwijst naar de green deal circulair aankopen voor overheden en bedrijven
PARTNERS

MEER INFORMATIE
Voor meer informatie rond duurzaam ondernemen met confectie, ga naar:
DOWNLOAD HET EINDRAPPORT






